30 jaar jeugdzorg en al 30 jaar hetzelfde liedje

Al dertig jaar heeft Emma* ervaring met de jeugdzorg. Eerst als moeder, en sinds de geboorte van haar kleinzoon ook als oma. “Ja hoor, weer bingo, die heb ik ook hoor!”, zegt ze half lachend als er weer een naam van een jeugdhulporganisatie voorbijkomt waar ze óók mee in contact is geweest. Maar eigenlijk is het natuurlijk helemaal niet om te lachen, want de hulpverleners die Emma, haar dochter en haar kleinzoon écht verder hebben geholpen zijn maar op één hand te tellen.


Toch blijft ze strijdbaar. Haar motto: “Geef nooit op, blijf doorknokken! En als het niet matcht met de ene hulpverlener, blijf doorknokken tot je een ander krijgt. En die hulpverlener heeft dat maar gewoon te accepteren.” Je zou haast denken dat ze zelf een hulpverlener is, met alle kennis die ze in huis heeft en alle wijze dingen die ze zegt.

Emma’s verhaal in vogelvlucht

Al vanaf jonge leeftijd worstelt Emma’s dochter op school. Er raakt al snel hulpverlening betrokken, maar echt helpen doet het niet. Op haar 16e gaat haar dochter van school en lopen de spanningen in huis op. De problemen van Emma’s dochter verergeren en er wordt een nieuwe hulpverleningspartij betrokken. Maar de dochter weet, door haar eerdere ervaringen met hulpverlening, goed welke antwoorden ze moet geven en de hulpverleners prikken hier onvoldoende doorheen. Eindresultaat: zonder dat het echt beter gaat, wordt de behandeling afgerond.

Op haar 20e blijkt de dochter van Emma onverwachts zwanger te zijn. Veel tijd om te wennen aan het idee heeft ze niet, want ze komt er pas laat achter. Emma ziet al aankomen dat hier problemen uit zullen voortkomen, en doet in de eerste jaren haar uiterste best om de band tussen haar dochter en haar kleinzoon te versterken. Ze klopt al snel aan voor hulp, maar wordt weggestuurd met de mededeling dat het allemaal goed genoeg lijkt te gaan.

Emma blijkt helaas gelijk te krijgen: vanaf zijn 2e beginnen ook bij haar kleinzoon moeilijkheden te ontstaan. Wat volgt zijn jaren vol hulp voor haar dochter en kleinzoon die niet aansluit, en trainingen, opnames, testen, dreigen met meldingen, tegenstrijdige opvoedadviezen en speciaal onderwijs. Zo’n beetje alles wat je maar kan bedenken heeft de familie mee te maken gehad. Nu haar kleinzoon 18 is en binnenkort van de middelbare school af gaat, staat de familie weer voor nieuwe uitdagingen. Rekeningen, verantwoordelijkheden, financiële stress in het gezin door het niet langer krijgen van kinderbijslag… En de enige hulpverlener die nog tot Emma’s kleinzoon doordringt, moet eigenlijk ook binnenkort stoppen omdat hij 18 is geworden.

Emma’s dochter en kleinzoon zijn na al deze jaren “hulpmoe” en hebben nog maar weinig vertrouwen, want zelden voelden ze zich écht gehoord. Hun ervaring: uiteindelijk word ik toch aan de kant geschoven, dus niemand is echt te vertrouwen. Als mondige oma blijft Emma altijd nauw betrokken en vecht ze voor goede ondersteuning voor haar dochter en kleinzoon. Haar verhaal blijkt een schat aan bruikbare tips voor (aanstaande) hulpverleners.

Tips voor hulpverleners


Dat hulpverlenen een moeilijk vak is, beseft Emma maar al te goed. Ze benadrukt meermaals dat ze ook echt niet twijfelt aan de goede intenties, maar dat hulpverleners in haar ogen onvoldoende worden voorbereid op wat de praktijk zal brengen. Wat haar betreft zou er in opleidingen flink meer geoefend moeten worden met lastige praktijksituaties, bijvoorbeeld door middel van rollenspellen. Verder zijn haar tips:

  • Laat jonge hulpverleners niet in hun eentje naar de moeilijkere gezinnen gaan: koppel oudere en jongere hulpverleners aan elkaar, zeker in het begin. Zo kunnen ze van elkaar leren.
  • Wees je ervan bewust dat geen enkel gezin gemiddeld is en daarom dus niet het patroon volgt dat jij op school hebt geleerd. De praktijk is altijd anders!
  • Wees je bewust van de impact van je woorden en van de context waarin je ze uitspreekt. Zo begon een hulpverlener in het bijzijn van haar kleinzoon ooit over het trauma van haar dochter en werd haar dochter ooit verteld dat “haar zoontje geen problemen meer zou hebben als zij haar eigen problemen zou oplossen”. Dat deed veel pijn om te horen.
  • Heeft een ouder een label? Projecteer dat dan niet op het kind. Zie het kind los van het label van de ouder! Het label van de ouder zal invloed hebben op het kind, maar mag niet leidend worden in de benadering van het kind.
  • Neem jongeren serieus in al hun facetten. Ze voelen het meteen als je niet écht naar hen luistert. Probeer altijd te zoeken naar de onderliggende gevoelens.
  • Leer echt luisteren en filteren wat de échte dingen zijn waar het eigenlijk over gaat. Dat is namelijk meestal niet het eerste wat boven water komt: “Want wat er boven water komt poppen, dat is makkelijk. Dat heeft die boei, dat drijft wel. Maar let vooral op wat eronder hangt.”
  • Kijk breed en holistisch naar wat er nodig en mogelijk is: er zijn zoveel mogelijkheden en wat verschilt per persoon en gezin, wat aansluit en wat niet.
  • Wees je bewust dat mensen die al veel hulpverlening hebben gehad, vaak weten welke antwoorden ze moeten geven om hulpverleners gerust te stellen. Hier moet je doorheen leren prikken.
  • Kijk breder dan alleen het gezin. Vaak zijn er mensen rondom het gezin (zoals een oma) die dingen net van een andere kant kunnen zien en hulpverleners kunnen helpen om goed aan te sluiten bij wat het begin nodig heeft.
  • Wees je bewust van het effect van wisselingen in begeleiding op mensen. Het is heel belemmerend als je elke keer weer je verhaal opnieuw moet vertellen.
  • Beloof nooit iets dat je niet kunt waarmaken! Voor iedereen is dit ontmoedigend, en waarschijnlijk nog sterker voor mensen met negatieve ervaringen.

Tot slot: tips voor gezinnen

“Nou hebben we wel heel veel tips voor de hulpverleners, maar helemaal geen tips voor de mensen zelf!” Dat moet anders, vindt Emma. Ze wil graag afsluiten met tips die voortkomen uit haar eigen ervaring, voor de mensen die hulp krijgen.

  • Het is niet erg om hulp te vragen. De hulpverleners zijn er om je te helpen. Maar, dat betekent niet dat je alles hoeft te slikken!
  • Blijf praten!
  • Als je iets niet begrijpt, vraag het gewoon nog een keer.
  • Luister naar je onderbuikgevoel. Geeft je onderbuik een negatief gevoel? Luister hier dan naar! Negen van de tien keer heeft je onderbuikgevoel het bij het juiste eind.
  • En nogmaals: blijf doorvechten! Blijf doorvechten totdat je een goed gevoel hebt bij de hulp die je krijgt.

*Emma is niet de echte naam. De naam en contactgegevens van Emma zijn bij ons bekend. Als er naar aanleiding van dit stuk vragen zijn, kan er via Jeugdplatform contact worden gezocht.